Tijdens de weidegang in groep zijn geen dieren aanwezig in de stal of stalafdeling waarvoor de maatregel geldt, waardoor de emissie uit de stal of stalafdeling lager is dan wanneer de dieren permanent op stal zouden blijven. Bovendien wordt het ingestrooid gedeelte van de gedeeltelijk ingestrooide stal gedurende het weideseizoen afgesloten zodat de stalmest in die periode onaangeroerd blijft.
Het aantal dagen dat het ingestrooid gedeelte ontoegankelijk is voor de dieren, is bijgevolg bepalend voor de emissiereductie.
